MyDrives MyHabits MyMatch
Alle blogs

Blog

Leidinggeven begint niet bij jouw stijl

9 juli 2026

Veel leiders denken dat ze flexibel leidinggeven. Totdat de druk oploopt. Dan nemen hun eigen drijfveren het stuur over.

Je leiderschapsstijl is vaak minder bewust dan je denkt

Een leider met veel rood wil vooruit. Besluiten nemen, knopen doorhakken, tempo maken. Dat kan enorm krachtig zijn, zeker wanneer een team vastzit of te lang blijft praten.

Een leider met veel groen zal juist eerder zoeken naar verbinding. Hoe zit iedereen erbij? Is er draagvlak? Voelen mensen zich gezien? Ook dat is leiderschap, alleen met een andere ingang.

Zo heeft iedere drijfveer zijn eigen natuurlijke leiderschapsstijl. Oranje stuurt op resultaat. Blauw op structuur en afspraken. Geel op visie en analyse. Paars op veiligheid en loyaliteit. Turkoois op betekenis en het grotere geheel.

Daar is niets mis mee. Het wordt pas spannend wanneer je denkt dat jouw natuurlijke stijl dé juiste stijl is.

Want dan geef je geen leiding meer aan de ander. Dan geef je vooral leiding vanuit jezelf.

De ander wordt niet automatisch geraakt door wat jou drijft

Wie zelf een sterke rode drijfveer heeft, kan denken dat duidelijke druk helpt. "Kom op, gewoon doen." Voor iemand met ook veel rood of oranje kan dat prima werken. Het geeft energie, richting en snelheid.

Maar zet diezelfde druk op iemand met een sterke groene drijfveer, en er gebeurt iets anders. Die persoon kan afhaken omdat de verbinding ontbreekt. Niet omdat hij niet wil presteren, maar omdat hij eerst wil voelen dat het samen klopt.

Hetzelfde zie je bij geel en blauw. Een medewerker met een sterke gele drijfveer krijgt energie van ruimte, denken, verbanden zien en nieuwe mogelijkheden onderzoeken. Een leider met een sterke blauwe drijfveer die alles vooraf dichtregelt, bedoelt het misschien goed, maar haalt precies de lucht weg waar geel energie van krijgt.

Dat is de kern van leiderschap met drijfveren: jouw voorkeursstijl is niet automatisch de ingang bij de ander.

De vraag is dus niet: "Hoe geef ik graag leiding?"

De betere vraag is: "Welke drijfveer moet ik bij deze persoon aanspreken om beweging te krijgen?"

Echte flexibiliteit is niet jezelf verloochenen

Flexibel leiderschap betekent niet dat je je eigen drijfveren moet wegdrukken. Dat werkt niet. Je hoogste drijfveren blijven altijd meedoen. Zeker onder druk.

Het betekent wel dat je leert zien wanneer jouw automatische stijl niet past bij wat de ander nodig heeft.

Een leider met een sterke rode drijfveer hoeft zijn daadkracht niet kwijt te raken. Maar hij moet soms eerst vertragen, luisteren en veiligheid creëren voordat hij tempo vraagt.

Een leider met een sterke groene drijfveer hoeft zijn mensgerichtheid niet los te laten. Maar hij moet soms wél duidelijker zijn, scherper kiezen en spanning durven toelaten.

Dat is de volwassen vorm van leiderschap: niet vastzitten aan je favoriete kleur, maar bewust gedrag kiezen dat past bij de situatie en bij de persoon tegenover je.

De connectie zit vaak in de hoogste drijfveer

Wil je iemand echt in beweging krijgen, kijk dan niet alleen naar functie, gedrag of competenties. Kijk naar wat iemand van binnen belangrijk vindt.

Bij iemand met een sterke oranje drijfveer werkt het vaak om helder te maken wat het oplevert. Wat is het doel? Waar zit de winst? Wanneer is het succesvol?

Bij iemand met een sterke groene drijfveer begint beweging vaker bij relatie en vertrouwen. Is er ruimte om mee te denken? Wordt er geluisterd? Klopt het voor de groep?

Bij iemand met een sterke blauwe drijfveer helpt duidelijkheid. Wat is afgesproken? Wat zijn de stappen? Wanneer is het goed genoeg?

Bij iemand met een sterke gele drijfveer werkt ruimte voor inzicht. Waarom doen we dit? Welke opties zijn er? Wat kunnen we hiervan leren?

De fout die veel leiders maken, is dat ze iedereen aanspreken op hun eigen hoogste drijfveer. Dat voelt logisch, maar het is vaak vooral gemakkelijk.

Leidinggeven wordt sterker wanneer je leert schakelen naar de ingang van de ander.

Praktische check voor jezelf

Kijk bij je volgende gesprek eens niet eerst naar wat jij wilt zeggen, maar naar welke ingang de ander nodig heeft.

  1. Welke drijfveer lijkt bij deze persoon het meest op de voorgrond te staan?
  2. Spreek ik die drijfveer aan, of vooral mijn eigen voorkeur?
  3. Welk gedrag moet ik laten zien om beter aan te sluiten?

Soms betekent dat meer tempo maken. Soms juist vertragen. Soms duidelijker begrenzen. Soms eerst luisteren. Soms het grotere plaatje schetsen voordat je naar de actie gaat.

Dat is geen trucje. Dat is leiderschap.

Niet omdat je alle kleuren even sterk moet hebben, maar omdat je genoeg zelfinzicht hebt om niet door één kleur bestuurd te worden.

Leiderschap is schakelen zonder jezelf kwijt te raken

Je drijfveren verdwijnen niet zodra je leidinggevende wordt. Ze worden juist zichtbaarder. In hoe je besluiten neemt, feedback geeft, druk zet, vertrouwen bouwt en met weerstand omgaat.

Daarom begint leiderschap niet met een model, maar met eerlijk zelfinzicht.

Wat is mijn automatische kleur?
Wanneer helpt die?
Wanneer zit die mij in de weg?
En welke drijfveer moet ik bij de ander aanspreken om echte beweging te krijgen?

De leider die dat kan, heeft niet één vaste stijl. Die kan schakelen.

En precies daar ontstaat verbinding.

Liever zelf ervaren wat drijfveren zeggen?

Doe de gratis miniscan en ontdek in een paar minuten wat jou beweegt.

Gratis managementboek